“Het boek inspireert, maar helpt het voldoende om innovatie te verankeren?”

Besproken door Peter Bos en Jaap Geerds

Stel je voor: je werkt bij een organisatie met een vierdaagse werkweek waar efficiëntie en winst hand in hand gaan, innovatie het kloppend hart vormt, bullshitbanen niet bestaan en leidinggevenden verwachten dat ze ten minste één keer per jaar worden tegengesproken. Onrealistisch? In ‘Leidinggeven aan innovatie’ worden juist dit soort voorbeelden beschreven om te laten zien hoe maatschappelijke betrokkenheid, efficiëntie en vernieuwing elkaar kunnen versterken en hoe leiders dat mogelijk maken. Dat is bijzonder waardevol, al laat het boek ook kansen liggen om de meest inspirerende vondsten te laten schitteren.

Tal van beleidsrapporten benadrukken dat innovatie cruciaal is voor productiviteitsgroei, economische ontwikkeling en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Leidinggeven aan innovatie onderzoekt hoe leiderschap deze innovatie kan faciliteren en presenteert leiderschap als essentiële voorwaarde voor vernieuwing.

Het boek is opgebouwd uit vier delen:

  1. In het eerste deel staat de persoon, de vaardigheden en het gedrag van leiders centraal.
  2. Het tweede deel zoomt in op de innovatievriendelijke organisatiestructuren en netwerken waar leiders aan moeten bouwen.
  3. In het derde deel worden instrumenten en tools voor het voetlicht gebracht om leiderschap en innovatie te versterken en concreet op te pakken.
  4. In het laatste deel worden er beschouwingen over innovatie, AI, ethiek en verantwoordelijkheid gegeven.

In deze vier delen wordt een breed palet aan innovatiethema’s bij elkaar gebracht door gerenommeerde auteurs, wat verwachtingen schept die de redacteuren verder voeden door het boek te positioneren als een kompas voor de uitdagingen en kansen van morgen. Zij spreken de hoop uit dat het boek inspireert tot het soort leiderschap dat nodig is om innovatie te verankeren in het hart van organisaties. In deze recensie bespreken we in hoeverre dit gelukt is aan de hand van vijf parels die naar ons oordeel de hoogtepunten van het boek vormen. Al blijft dat laatste mogelijk een kwestie van smaak. De voorbeelden illustreren in ieder geval de veelzijdige en aansprekende thema’s die het boek behandelt – en die je pas volledig doorgrondt door het zelf ter hand te nemen. Ook staan we stil bij kritiekpunten, alvorens we de balans opmaken over de waarde van dit boek.

Hoogtepunten van Leidinggeven aan innovatie

Parel 1: leidinggeven aan innovatie vraagt om podiumbouwers
Waar innovatief leiderschap geregeld blijft hangen in het verheerlijken van iconische figuren als Steve Jobs en Jeff Bezos – alsof zij in hun eentje de motor van innovatie vormen – kiest dit boek een andere insteek. Meerdere auteurs plaatsen kritische kanttekeningen bij het idee van de heldhaftige, visionaire leider. De rode draad die je na het lezen uit het boek zou kunnen halen is het inzicht dat innovatiegericht leiderschap draait om het ontwikkelen van een innovatieve mindset bij medewerkers en het scheppen van organisatorische condities waarin innovatie kan floreren. Daarmee verschuift het boek het beeld van ‘de grote leider’ naar een breder perspectief: topmanagement dat zich primair richt op het faciliteren van medewerkers en hun talenten. Innovatieve leiders zijn eerder podiumbouwers dan iconische rocksterren

Parel 2: werk aan een organisatieontwerp dat innovatie stimuleert
De tweede parel raakt aan één van de meest hardnekkige misverstanden: dat organiseren en innovatie per definitie op gespannen voet staan. Onder andere Seth Maenen weerlegt dit beeld met literatuur en praktijkvoorbeelden die laten zien hoe inspirerend creëren en betrouwbaar organiseren elkaar versterken. Ook Peter Oeij benadrukt dat innovatie niet alleen draait om het genereren van ideeën – maar ook om het bouwen van capaciteit om deze ideeën te realiseren. Innovatieve ideeën blijken volgens deze en andere auteurs het beste te gedijen in de vruchtbare grond van een doordachte organisatie-inrichting. Peter Oeij pleit daarbij voor meer beslisruimte bij teams, wat autonomie, effectiviteit en wendbaarheid vergroot, maar Seth Maenen nuanceert: ook strak georganiseerde, formeel ingerichte organisaties kunnen succesvol innoveren.

Parel 3: waarom achterblijvende innovatie vraagt om interorganisationeel leiderschap
De derde parel snijdt een gevoelig thema aan: waarom innovatie in Nederland achterblijft. Uitgebreide wetenschappelijke studies en CBS-, OESO- en SCP-cijfers schilderen een ontnuchterend beeld: vernieuwing is het werk van een kleine elite. Ongeveer 5% van de organisaties fungeert als innovatiemotor, en R&D-investeringen zijn sterk geconcentreerd bij grote bedrijven. Omdat de opbrengsten hiervan grotendeels intern blijven, is het maatschappelijk rendement beperkt. Meer ketensamenwerking lost dit niet op – die draait primair om efficiëntie en kostenreductie, uitmondend in a race to the bottom. Parallel hieraan loopt Nederland achter in intersectorale samenwerking. Annemieke Roobeek pleit daarom voor een andere aanpak: leiders die ecosystemen en netwerkallianties vormgeven als hefboom voor innovatie rond grote maatschappelijke opgaven.

Parel 4: Rebels leiderschap

Een vierde parel gaat over rebels leiderschap: een stijl die individuen en teams aanmoedigt om zich constructief non‑conformistisch op te stellen en zo het innovatief vermogen van organisaties te versterken. Hoofdstuk 4 geeft hiervoor enkele aanwijzingen, maar de mooiste voorbeelden volgen later in het boek. Bas van der Veldt (CEO van AFAS,) laat overtuigend zien hoe – zoals hij het noemt – ‘iets geks doen’ innovatie kan aanjagen, terwijl het tegelijk voortkomt uit een doordachte aanpak. Zo ging aan de invoering van de vierdaagse werkweek een lang denkproces vooraf. Medewerkers kregen de opdracht na te denken over de vraag hoe zij hun targets in vier dagen konden halen. Het resultaat: meer efficiëntie én ontwikkelruimte.

Parel 5: plekken van ongemak
Het inzicht dat innovatie geen aparte activiteit is (Gasparz), maar ontstaat te midden van ‘de plaats der moeite’ vormt de vijfde parel. In andere hoofdstukken wordt benadrukt dat innovatiekracht een combinatie is van organisatiekracht en randvoorwaarden. Deze auteur legt juist de nadruk op het gedrag van mensen: in hun bereidheid kennis te delen, creatief te denken en risico’s te nemen. Dat vraagt moed om te innoveren waar het schuurt. Een complexe casus in hoofdstuk 5 laat zien hoe zo’n plek van ongemak een bron van hoop kan worden. Zo verkeerde de Mesdagkliniek in 1997 in zwaar weer na financiële tekorten, geweldsincidenten en een ontsnapping. Twee denkrichtingen domineerden – het beheersmatige en het behandelinhoudelijke. Door alle perspectieven aan tafel te brengen ontstond een nieuwe synthese: behandeling en beveiliging moesten geen gescheiden kolommen zijn, en menselijke waardigheid moest centraal staan.

Ontwerpprincipes winnen van tools

Hoewel we het waarderen dat het boek gericht is op de praktijk, is de uitleg van tools in deel 3 soms lastig te volgen. Het roept de vraag op of de kracht van deze tools wel via tekst kan worden overgebracht, of dat aanvullende handleidingen, video’s en vooral zelf ermee werken noodzakelijk zijn. Opvallend genoeg blijken de ontwerpprincipes in deel 3 vaak praktischer dan de tools zelf. Zo bieden de reflectievragen van Yousri Mandour en de interactiedomeinen van Peter Oeij juist de meest directe aanknopingspunten voor praktisch handelen.

Kritiekpunten: een kleurrijk mozaïek zonder patroon

Een belangrijk kritiekpunt is dat we na het lezen van het boek achterblijven met wezenlijke vragen: waar hebben we het nu precies over als we spreken van ‘leidinggeven aan innovatie’? We zien drie belangrijke aandachtspunten.

  1. Op meerdere plekken blijft onduidelijk waar uitspraken en modellen op gebaseerd zijn, waardoor de lezer onderbouwing mist. Jeff Gasparz schrijft bijvoorbeeld dat hij met ‘honderden organisaties uit diverse sectoren’ heeft gewerkt en daaruit conclusies trekt, maar maakt beperkt navolgbaar welke inzichten hij waar heeft opgedaan. Ook de verbinding die Nijhof en Duijghuisen leggen tussen stoïcisme en de Inner Development Goals bij de internationaal opererende coatingsproducent Baril Coatings mist de toelichting waarom juist voor deze benadering is gekozen.
  2. Ook blijft onduidelijk vanuit welk perspectief wordt geredeneerd, waardoor de lezer gemakkelijk de draad kwijtraakt en het lastiger is de inzichten in de juiste context te plaatsen. In hoofdstuk 9 worden netwerkende verbinders (Webbers) geïntroduceerd. De ene keer zijn dit individuen, op andere momenten teams of zelfs complete organisaties. Ook innovatie zelf krijgt verschillende betekenissen: het ene hoofdstuk beschrijft innovatie als een complex sociaal proces dat voortgang boekt ondanks het ‘niet weten’, terwijl een ander hoofdstuk innovatie vooral presenteert als het vereenvoudigen of wegnemen van obstakels. Die meervoudigheid past bij het pleidooi voor ‘meervoudig kijken’, maar vraagt wel wat van het vermogen van de lezer om zelf de perspectieven te expliciteren.
  3. Daarmee komen we op het belangrijkste kritiekpunt: het ontbreken van een duidelijke kapstok, waardoor de lezer zelf de parels kan ontdekken maar zonder zicht op onderliggend patroon. Dit wordt zichtbaar op p. 14, waar een leeswijzer wordt gepresenteerd die niet de structuur van het boek volgt. Kernonderwerpen, zoals het organiseren van innovatie of de rol van de leider als organisatie-ontwerper, keren verspreid terug zonder integratie. Het slothoofdstuk biedt een waardevolle synthese, bijvoorbeeld door de overgang van technologische innovatie (Industrie 4.0) naar een evenwicht met duurzame productie en veerkracht (Industrie 5.0) te benadrukken, maar vervolgens volgt een tabel met leiderschapsgedrag die de individuele leider weer centraal stelt. Het blijft daardoor onduidelijk wat de rode draad is.

Conclusie: waardevol boek voor HR-professionals, maar je moet wel zelf de parels opduiken

Al met al vormt dit boek een waardevol kompas voor vernieuwingskracht. Leidinggeven aan innovatie biedt een rijk palet aan inzichten om innovatie in de praktijk te brengen. Het boek laat zien dat vernieuwingskracht vraagt om een doordachte inrichting van de organisatie, samenwerken over organisatiegrenzen heen en leiderschap dat dit ondersteunt. Hoewel het boek niet specifiek geschreven is voor HR-professionals, biedt het boek voor deze doelgroep veel waarde. Het boek helpt MT’s te adviseren over hoe leiderschap en organisatie-inrichting innovatie kunnen versterken. HR-professionals die werken aan thema’s als talentbenutting, het creëren van ruimte voor vernieuwing en werken in innovatieve ecosystemen, vinden in dit boek veel inspiratie. Keerzijde is dat de lezer zelf het nodige duikwerk moet verrichten om parels naar boven te halen en op waarde te schatten.

Bibliografische gegevens
Titel: Leidinggeven aan innovatie
Auteur: Jeff Gaspersz en Peter R.A. Oeij (redactie)
Uitgeverij: Vakmedianet
ISBN: 978-94-62158-924