Mechanismen achter interprofessionele samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang
Alle goede bedoelingen ten spijt. Soms verloopt de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in de praktijk weerbarstig. Verschillen in werktijden, verantwoordelijkheden, professionele normen en status zijn factoren die maken dat professionals soms langs elkaar heen werken. Het onderzoek van Rachel Verheijen-Tiemstra laat zien dat investeren in meer verbondenheid – één van de twee dimensies van inclusief leiderschap – werkt. Tegelijk legt het ook een paradox bloot: je onderdeel voelen van een team betekent nog niet dat je eigen professionele expertise daadwerkelijk wordt benut.
Inclusief leiderschap in kindcentra: de uitkomsten
Het onderzoek naar acht kindcentra – waarbinnen basisonderwijs en kinderopvang met elkaar samenwerken – richt zich op de vraag hoe leidinggevenden uit kinderopvang en basisonderwijs vorm geven aan inclusief leiderschap, welke dimensies van inclusief leiderschapsgedrag van invloed zijn op de kwaliteit van interprofessionele samenwerking, en of een inclusief organisatieklimaat daarbij een rol speelt.

De uitkomsten zijn duidelijk. Van de twee dimensies van inclusief leiderschap – verbondenheid en het waarderen van eigenheid – doet alleen verbondenheid ertoe. Leidinggevenden die de focus leggen op verbondenheid, participatie, rechtvaardige behandeling en kennisdeling kunnen bijdragen aan een betere samenwerking binnen kindcentra.
Leiderschapsgedrag gericht op het waarderen van professionele eigenheid hangt tegen de verwachtingen in niet significant samen met een betere samenwerking. Medewerkers kunnen dus zich gewaardeerd en onderdeel van een team voelen, maar als men het idee heeft dat de inbreng niet wordt meegenomen in besluitvorming dan heeft het waarderen van die professionele eigenheid geen meetbaar effect op de samenwerking. Ook een gezamenlijk “wij-gevoel” over inclusie – een inclusief organisatieklimaat – werkt in de praktijk niet als hefboom voor betere samenwerking. Dat komt vooral omdat de medewerkers van beide organisaties binnen hetzelfde kindcentrum het klimaat te verschillend ervaren om er gezamenlijk op te kunnen bouwen. Interessant aan het artikel is bovendien de perceptiekloof: leidinggevenden schatten hun eigen inclusieve gedrag hoger in dan medewerkers dat ervaren, terwijl medewerkers het klimaat juist positiever inschatten dan leidinggevenden denken.
Interpretatie HR-praktijken en leiderschapsintenties doorslaggevend
Wanneer iedereen zich verbonden voelt én vanuit zijn eigen expertise kan bijdragen ontstaat pas echte inclusie — en die inclusie bevordert interprofessionele samenwerking. Het is niet voldoende om enkel te vertrouwen op de intenties van leidinggevenden of de aanwezigheid van HR-praktijken. Doorslaggevend is hoe medewerkers diezelfde praktijken ervaren én in hoeverre die ervaring binnen het samenwerkingsverband wordt gedeeld.
Auteurs
Rachel Verheijen-Tiemstra is associate lector Talentgericht werken bij Fontys Hogeschool en assistant professor bij TIAS School for Business and Society. Anje Ros is lector Goed leraarschap goed leiderschap bij Fontys Hogeschool. Rob F. Poell is als hoogleraar Human Resource Development verbonden aan Tilburg University. Marc Vermeulen is emeritus-hoogleraar Onderwijssociologie.
| Download hier de volledige pdf |