Implementatie HRM-praktijken in onderwijsinstellingen niet enkel afhankelijk van motivatie directeurs
Aan motivatie om strategisch HRM te implementeren ontbreekt het directeurs van onderwijsinstellingen niet. Dat blijkt uit de verkennende studie van Mieke Audenaert en Adelien Decramer naar bepalende factoren bij de vertaling van HRM-aanbevelingen – opgesteld door van de Vlaamse Commissie van Wijzen (2023) – naar concrete HR-praktijken in scholen. De realisatie van de aanbevelingen is ook afhankelijk van structurele implementatievoorwaarden als tijd, beleidsruimte, gespecialiseerde HR-ondersteuning en waardering; factoren die nog lang niet altijd voldoende ontwikkelt zijn. De onderzoekers dragen met deze studie bij aan de literatuur door het AMO-perspectief op HRM-implementatie – Ability, Motivation, Opportunity – te verdiepen in de onderwijscontext.
Van HRM-intenties naar gedragen HR-praktijken
De Commissie van Wijzen formuleerde in 2023 een duidelijke en ambitieuze visie op strategisch HRM in scholen als reactie op de toenemende druk op het lerarenberoep veroorzaakt door hoge werkdruk, een groeiende complexiteit van taken en beperkte loopbaaninitiatieven. Elementen binnen deze visie – duurzame inzetbaarheid en werkbaar werk, de organisatie van het werk binnen scholen en de versterking van HRM-competenties bij directeurs en schoolbesturen – worden gezien als belangrijke hefbomen om het functioneren van scholen en het welzijn van leraren te verbeteren. Hierbij spelen directeurs een sleutelrol. Zij zijn immers verantwoordelijk zijn voor de vertaling van beleidsintenties naar concrete HR-praktijken op schoolniveau, ofwel de vertaling van intended HRM naar implemented HRM.

HRM explicieter positioneren in onderwijs
In de literatuur over HRM in de publieke sector wordt erop gewezen dat er vaak een kloof bestaat tussen beleidsinitiatieven en de concrete invulling ervan in de praktijk. Dat deze zogenoemde implementation gap ook speelt op Vlaamse scholen blijkt uit de resultaten die voortkwamen uit interviews met schooldirecteuren. Zo suggereren de resultaten dat HRM binnen scholen vaak niet structureel verankerd is als kerntaak, maar eerder wordt gezien als iets dat zijn naast hun dagelijkse takenpakket moeten doen. Kortweg, de ruimte om HR-praktijken daadwerkelijk uit te voeren, ontbreekt. De eerste stap lijkt dan ook om HRM explicieter te positioneren door belemmerende factoren als administratieve lasten – die de nodige ruimte voor implementatie van HR-praktijken bemoeilijken – te verminderen.
De Vlaamse overheid is hierbij aan zet voor personeelsstatuten en administratieve vereenvoudiging. Schoolbesturen zijn aan zet om strategisch HRM formeel te verankeren, directeurs te ondersteunen in HRM-competenties en in de implementatie van HR-praktijken.
Auteurs
Mieke Audenaert is Professor People Management aan de Universiteit Gent. Adelien Decramer is Professor Performance Management aan de Universiteit Gent
| Download hier de volledige pdf |