Een kritische analyse van hoe AI wordt gepresenteerd in het publieke debat

Door Nicky Dries

In ons Future of Work Lab aan de KU Leuven doen we onderzoek naar frames en framing in het debat over de toekomst van werk. Frames zijn begrippenkaders aan de hand waarvan mensen gebeurtenissen in de complexe sociale realiteit interpreteren. Framing is het benadrukken van bepaalde aspecten van een fenomeen met als doel een specifieke problematisering, interpretatie, evaluatie, en mandaat tot actie te creëren in de publieke opinie. In de toekomst van werkdebat vinden we sterke frames en framings terug. Zowel in de media als in de academische literatuur. Maar moeten wij, als lezers en soms ook auteurs van deze literatuur, bestaande frames zomaar voor waar aannemen?

“Iedereen moet méé in de ‘digitale transformatie’, anders lopen we het risico om achter te blijven in de race naar de vooruitgang.”

Op LinkedIn las ik onlangs een post: “30% van de Belgen gebruikt nooit AI (…) en dit is een groot probleem.” Enige opzoekingen leerden me trouwens dat het echte cijfer eerder 60% is—de 30% werd afgeleid uit een rapport van Deloitte dat vond dat slechts 61% van een steekproef van 2700 Belgische werknemers weet had van het bestaan van AI-tools, en dat 36% van die groep ze nog nooit zelf gebruikt had. Maar de boodschap is duidelijk: iedereen moet méé in de ‘digitale transformatie’, anders lopen we het risico om achter te blijven in de race naar de vooruitgang.

Definieer vooruitgang van AI

Ik ben zelf niet altijd mee met wat nu exact de sales pitch is voor het gebruik van AI, althans voor werknemers en gewone burgers (waarmee ik bedoel: niet-techexperts, niet-shareholders). Voor zover ik begrijp— en ik doe voltijds onderzoek naar mediaberichtgeving over de toekomst van werk— gaat de pitch ongeveer zo: “AI zal u productiever en efficiënter maken, en dit op een meer kosteneffectieve manier.”

Ik snap hoe dit een aantrekkelijke sales pitch is voor werkgevers. Dit zijn ten slotte de mensen die de lonen moeten betalen, en de winst als eerste in handen krijgen. Maar vanuit werknemersperspectief is dat ‘méér, sneller, en goedkoper werken’  niet per se iets waar mensen enthousiast van worden. Tenzij u me zegt: “(…) en dan kunnen we allemaal om 14 u naar huis!” Want, de belofte is immers dat we meer gedaan zullen krijgen in kortere tijd. Arbeidsduurverkorting dus.

Toen de Waalse Parti socialiste (PS) in februari 2024 echter een voorstel deed voor een vierdaagse werkweek met volledig behoud van loon, struikelden de publieke waarnemers nét niet over elkaar heen om het idee meteen tot op de grond af te branden. “De productiviteit moet juist omhóóg“, zeiden ze, “om onze welvaartsstaat te kunnen behouden.” Als dát de framing is voor het gebruik van AI, zitten we niet in een soort exciting-augmentation-verhaal, maar een kostenbesparing-in-tijden-van-crisis-verhaal met een spicy technologiesausje erover gegoten.

AI als assistent van de mens of juist andersom?

Ik gooi er nog een ander frame bij in de mix: AI zal geen jobs vernietigen, maar wel bepaalde taken binnen jobs overnemen. En de mens zal nog steeds een rol hebben, want AI maakt—althans nu nog— fouten, en wij mensen moeten dit continu bewaken en nakijken. Vertaling: de AI doet uw job, en u mag zijn (of haar?) assistent spelen. Karl Marx schreef 150 jaar geleden al over zijn angst dat de mens een soort aanhangsel zou worden van de technologie.

Het is ook maar de vraag wat het effect zou zijn op onze hersenen en workload als we echt álle routinetaken uit onze job uitbesteden, en 100% van onze werktijd efficiënt bezig zouden zijn. Om nog niet te spreken van het elitaire, neerbuigende idee van de ‘4D’ job: dull (routine), dirty (vuil), dangerous (gevaarlijk), en dear (duur). Het idee is dat dit soort job—meestal gelijkgesteld aan fabrieksarbeid of laaggeschoold werk—uiteraard geautomatiseerd moet worden, want wie wil dat soort werk nu doen? Antwoord: veel mensen; vraag het hen misschien zelf eens. Het is daarbij ook nooit echt duidelijk of men ervoor pleit dat iederéén in de maatschappij een hoogopgeleid kenniswerker moet worden (maar dat soort werk zal ook meer en meer automatiseerbaar worden naarmate de ‘vooruitgang’ vordert), of dat men pleit voor een soort universeel basisinkomen voor mensen die echt niet meer zullen meekunnen. Dat laatste is echter ook onbespreekbaar voor de economen die pleiten voor productiviteitsstijging.

Een toiletbezoek tijdens werk? Niet kosteneffectief

Wat óók niet helpt, is hoe de technologiebaronnen van Silicon Valley – die AI maken – zelf omgaan met hun personeel. Elon Musk is momenteel druk bezig met het maken van een lijst van overheidsdiensten en -jobs in de VS die hij overbodig acht. Zijn Department of Government Efficiency (daar heb je dat woord weer!) wil 2 triljoen dollar gaan besparen. Hij heeft ook al eens geopperd om de centrale overheden en banken volledig af te schaffen, vanuit het idee dat ‘echte democratie’ zou zijn dat burgers rechtsreeks via hun smartphone op wetsvoorstellen kunnen stemmen, en bankieren via de blockchain. Maar wie beheert al die data dan?… Juist. Sam Altman van OpenAI —die ChatGPT maken; dé bot waarmee onze kinderen vandaag al hun huiswerk maken en vervolgens inleveren zonder het te lezen— is dan weer een doomsdsay prepper die gelooft dat AI waarschijnlijk de mensheid zal uitroeien.

Van Jeff Bezos bij Amazon mogen de mensen die in de pakhuizen werken niet naar de wc wanneer of hoe lang ze willen; dat is namelijk niet zo kosteneffectief. Datzelfde bedrijf had recent wéér te maken met een schandaal, toen bleek dat ze ghost workers in India gebruikten om manueel videodata te coderen voor hun zogezegd volledig geautomatiseerde Just-Walk-Out-winkels in de VS, waar klanten gewoon naar buiten mochten lopen zonder betalen en het AI-systeem hen achteraf de rekening wel zou sturen…

AI-frames ter discussie

Misschien wordt het dringend tijd dat we het debat over AI en arbeidsmarkt democratiseren. De zaken die ons worden voorgespiegeld als objectieve en voldongen feiten zijn namelijk geen feiten, maar ficties. De frames die ons worden voorgespiegeld zijn politieke handvatten, die niet zozeer de toekomst van werk trachten te voorspellen, dan wel creëren, en dit in het belang van degenen die ons deze frames proberen te verkopen.

Wat wij in ons Future of Work Lab aan de KU Leuven trachten te doen, is deze frames zichtbaar maken, om het publiek bewust te maken van hun eigen vermogen tot collectieve actie. Daarbij willen we niet beweren dat we de waarheid in pacht hebben, maar willen we wel de frames die we elke dag observeren in het publieke debat in vraag stellen, en tools aanreiken voor mensen om het debat aan te gaan. In onderstaande tabel geven we enkele voorbeelden van tegenargumenten, die u en ik kunnen hanteren om een meer gebalanceerd maatschappelijk debat op gang te trekken.

“Dé toekomst bestáát niet—de toekomst is wat we ervan maken.”

Frame Typische framing Mogelijke counterframing
Vooruitgangsframe “We mogen de vooruitgang toch niet tegenhouden?” “Definieer vooruitgang—vooruitgang voor wie, en op welke indicatoren van levenskwaliteit?”
Productiviteitsframe “AI zal ons productiever, efficiënter, en kosteneffectiever maken.” “Mag ik dan om 14u naar huis, of komt er een driedaagse werkweek?”
Algemeen belang-frame “We moeten steeds een afweging maken tussen individuele rechten (bvb. rond copyright) en het algemeen belang.” “Is algemeen belang wel de juiste tegenpool; bedoel je niet de commerciële en politieke belangen van machtshouders?”
Overvloedsframe “AI zal een age of abundance creëren; de economische groei zal omhoog schieten, en iedereen zal er rijker van worden.” “Dus er komt een grootschalige herverdeling van welvaart?”
Wedloop-frame “Als wij de AI niet maken, doet de VS of China het wel, dus dan zijn we beter eerst.” “Maar is een hoogtechnologische surveillantiestaat wel iets dat we überhaupt moeten willen?”
Angst voor verandering-frame “Mensen zijn gewoon irrationeel bang voor nieuwe technologie, die angst voor verandering is niet nodig.” “Het is niet de technologie waar mensen bang voor zijn, wel wat bedrijven en overheden er mee gaan doen.”
Capaciteitenframe “ChatGPT is helemaal niet zo slim, er zijn nog steeds heel veel dingen die mensen kunnen die AI niet kan.” “Honderdduizenden onderzoekers wereldwijd werken elke dag aan het verbeteren van de capaciteiten van AI.”
Overmijdelijkheidsframe “Of we het nu willen of niet, die hyperintelligente AI komt eraan en we kunnen ons maar beter aanpassen.” “Zou de technologie de mensheid niet moeten dienen, en rondom onze noden aangepast worden, in plaats van omgekeerd?”
Augmentatieframe “Er komt geen grootschalige automatisering, maar de technologie zal ons juist helpen met ons werk.” “Wordt de AI de assistent van de mens, of net het omgekeerde; zijn wij vooral nog goed om de fouten eruit te halen?”
Welzijnsframe “Als we perfecte data hebben, kunnen we het welzijn van onze werknemers optimaal managen.” “Gaan we hierbij niet voorbij aan de systemische oorzaken van de burnoutepidemie in de maatschappij?”
Eindgebruikersframe “Data toont aan dat mensen zich evenveel, of zelfs meer, geholpen voelen door een chatbot dan een mens.” “Kan je me uitleggen hoe exact de beleving van gebruikers dan gemeten werd, want iedereen die ik ken ervaart het omgekeerde.”
Toestemmingsframe “Zolang mensen geïnformeerde toestemming geven om hun data te gebruiken, is er geen ethisch probleem.” “Moeten we het ethische dilemma dan volledig verschuiven naar het individu, dat vaak niet zonder bepaalde applicaties kan en dus wel akkoord moét gaan met de kleine lettertjes?”
Democratiseringsframe “Technologie zal mensen helpen dingen doen die vroeger niet mogelijk waren voor hen.” “Veel dingen in het leven, zoals kunst maken, zijn betekenisvol net omdat ze moeilijk zijn en niet iedereen ze zomaar kan.”
Tabel 1 Voorbeelden van frames, typische framings, en mogelijke counterframings. We kozen voor voornamelijk positieve voorbeelden van typische frames en framings, omdat media-onderzoek aantoont dat het publieke debat rond de toekomst van werk voornamelijk positief gebiased is.

 

Nicky Dries is Gewoon Hoogleraar Organisatiegedrag aan de KU Leuven (department of Work & Organisation Studies) en aan BI Norwegian Business School in Oslo (department of Leadership & Organizational Behaviour). In Leuven runt zij het Future of Work Lab binnen de Faculteit Economie dat onderzoek doet naar maatschappijbeelden voor de toekomst. Onderzoek binnen het Lab maakt gebruik van methoden die erop gericht zijn de verbeelding van mensen over de toekomst te stimuleren, zoals media-analyse, robotkunst, virtual reality, en sciencefictionfilms. De missie van het Lab is het her-politiseren van de toekomst van werk en het stimuleren van democratisch debat.
Momenteel is Nicky Associate Editor bij Journal of Management (JOM) en zit ze in verschillende andere editorial boards (o.a. HRMJ, EJWOP). Ze is/was ook evaluator van verschillende nationale en Europese wetenschappelijke financieringsagentschappen (o.a. FWO in België, NWO in Nederland, de Onderzoeksraad van Finland en de Europese Commissie).