Ongelijk verdeelde personeelstekorten in onderwijs: drie sturingsbenaderingen verkend

Grote en ongelijk verdeelde personeelstekorten. Het primair onderwijs is daar niet onbekend mee. Vooral in grote steden en op scholen met een hoge achterstandsscore zijn de tekorten aanzienlijk. Het werk is er vaak uitdagender en de werkdruk hoger door het grotere aandeel leerlingen met complexe ondersteuningsbehoeften. Dit heeft gevolgen voor de werkomstandigheden, de onderwijskwaliteit én de kansengelijkheid.

In opdracht van Arbeidsmarktplatform PO voerden Ruud van der Aa, Isabel Voets, Eva Mienis en Robin Wisse drie verkennende onderzoeken uit naar sturingsbenaderingen om de ongelijke verdeling van personeelstekorten tegen te gaan:

  • de arbeidsmarkttoelage als financiële prikkel voor binding en werving;
  • professionele toerusting en ondersteuning van personeel op scholen met een hoge achterstandsscore;
  • regionale arbeidsmobiliteit als instrument om personeel beter over scholen te verdelen.

Arbeidsmarktoelage

Financiële incentives kunnen werk aantrekkelijker maken en bijdragen aan het aantrekken van nieuw personeel, het beperken van vertrek en het stimuleren van herintrede. De toelage neemt de onderliggende uitdagingen van deze scholen, zoals hoge werkdruk en complexe pedagogische opgaven, echter niet weg.

Volgens de onderzoekers kan de werking van de toelage worden versterkt door deze te combineren met interventies die de werkomgeving verbeteren en de aansluiting tussen medewerkers en hun werkomgeving bevorderen. Denk aan het verminderen van werkdruk, professionele ondersteuning en een passende inrichting van het werk.

Professionele toerusting en ondersteuning

Dit onderzoek brengt in kaart welke knelpunten onderwijsprofessionals ervaren in hun dagelijkse werk met leerlingen met uiteenlopende achtergronden, taalniveaus en sociaal-emotionele behoeften, en welke ondersteuning kan bijdragen aan het duurzaam functioneren en behoud van personeel.

Zowel de (internationale) literatuur als praktijkbevindingen laten zien dat professionals op scholen met een hoge achterstandsscore specifieke uitdagingen ervaren die vragen om passende pedagogische en didactische competenties. Op school- en organisatieniveau ervaren leraren daarnaast regelmatig afstand tot het bestuur en onvoldoende duidelijkheid over prioriteiten. Dit vraagt niet alleen om extra middelen of incidentele interventies, maar om structurele aandacht voor toerusting en ondersteuning.

Regionale arbeidsmobiliteit als HRM-instrument

Bestaande initiatieven uit grootstedelijke regio’s laten zien dat regionale mobiliteit kan bijdragen aan een betere verdeling van personeel over scholen. In de praktijk wordt deze potentie echter begrensd door onder meer loyaliteit aan de eigen school, terughoudendheid om mobiliteit aan medewerkers op te leggen en een mismatch tussen vraag en aanbod. Scholen met grote personeelstekorten hebben vaak behoefte aan ervaren personeel, terwijl mobiliteit en de bereidheid daartoe vooral voorkomen onder startende leraren.

Een betere verdeling van personeel kan dus op verschillende niveaus plaatsvinden. Een goede aansluiting tussen interventies, de context waarin medewerkers werken en hun behoeften (persoon-werkomgeving-fit) is daarbij belangrijk. De uitdaging voor sHRM daarom ligt in het verbinden van regionale personeelsvraagstukken met de ontwikkeling en ondersteuning van individuele onderwijsprofessionals. Dit vraagt om een verbreding van strategisch HRM naar de regionale arbeidsmarkt én om versterking van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolorganisaties.

Auteurs

Ruud van der Aa is senior onderzoeker bij CAOP. Isabel Voets is onderzoeker bij CAOP. Eva Mienis was onderzoeker bij CAOP en is nu werkzaam bij NKO. Robin Wisse is onderzoeker bij CAOP