Actueel

Van de redactie


Flexibilisering in de cao

Ook op de arbeidsmarkt is nu te zien dat we de economische crisis achter ons hebben gelaten. De werkgelegenheid herstelt zich in een bevredigend tempo. Het zal de lezer echter niet zijn ontgaan dat zich wel belangrijke verschuivingen voordoen op de arbeidsmarkt. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld de groei van het aantal flexibele banen ten koste van de vaste banen. De auteurs van het artikel, Wilco Brinkman en Henk Strating, hebben zich afgevraagd of deze ontwikkeling ook doorwerkt in cao’s. Maken de sociale partners meer dan voorheen afspraken over de arbeidsvoorwaarden van flexwerkers?

Of worden er afspraken gemaakt ter bescherming van de vaste werknemers om de flexibilisering tegen te gaan? Wordt er in de cao onderscheid gemaakt tussen vaste en flexibele werknemers? Brinkman en Strating hebben daarvoor in een drietal sectoren de cao-afspraken geanalyseerd over de periode 2003 – 2016. Zij komen tot de conclusie dat in de onderzochte cao’s, ondanks een hoge mate van flexibilisering in de betrokken sectoren, daarvan maar heel weinig is terug te zien in de afspraken tussen bonden en werkgevers. Dan gaat het zowel over de reikwijdte van de cao (naar flexibele arbeidsrelaties), als over de flexibilisering van de vaste arbeidsrelaties.
Het is niet zo dat er helemaal niets verandert. Zo wordt soms afgesproken het aantal uitzendkrachten te beperken. Belangrijk is de constatering dat het maken van afspraken vooral wordt verschoven naar het decentraal, lees: ondernemingsniveau. Daarmee verschuift de discussie over flexibiliteit naar het overleg tussen de werkgever en individuele werknemers of OR / personeelsvertegenwoordiging). En daarmee komt ook dit thema terecht op het bord van HR. Werk aan de winkel!


Wie heeft de regie?

Het bevorderen van de gezondheid van medewerkers is altijd een belangrijk thema geweest binnen HRM. Sinds de invoering van de Wet Poortwachter – waarmee het financiële risico voor bedrijven aanzienlijk werd vergroot – en de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd is de urgentie nog verder toegenomen. Een goede gezondheid is natuurlijk niet alleen de verantwoordelijkheid van de werkgever. Primair ligt die verantwoordelijkheid bij de werknemer zelf. In dit artikel staat de vraag centraal wat er gedaan kan worden om de eigen regie bij medewerkers op het gebied van gezondheid te stimuleren.

Van Vuuren en haar collega’s hebben een model ontwikkeld waarmee de individuele en organisatorische factoren in beeld worden gebracht, die van invloed zijn op de eigen regie. Het model is getoetst in een onderzoek onder meer dan duizend werknemers, verspreid over vier organisaties in de zakelijke dienstverlening. Uit dit onderzoek komt naar voren dat 70 tot 75% van de werknemers zelf de regie neemt over de gezondheid. Verder blijkt dat het bewustzijn van werknemers van het belang van de eigen rol het meeste invloed heeft op de eigen regie. Daarbij kan de organisatie een belangrijke rol spelen. HR en leidinggevenden moeten volgens de auteurs in het gezondheidsbeleid, in de wijze waarop dienstverleners programma’s aanbieden en in alle communicatie-uitingen, duidelijk maken dat de werknemer alleen zelf tot de best passende keuze kan komen.


Er mag wel wat meer gelachten worden

Management is een serieuze aangelegenheid. Dat wil niet zeggen dat er nooit wat te lachen valt. Denk bijvoorbeeld aan de strips van Dilbert van Scott Adams. Maar misschien wordt er toch te weinig gelachen. Donders en Molleman hebben zich afgevraagd wat de betekenis is van humor voor de prestaties van medewerkers. Zij maken daarbij onderscheid tussen affiliatieve (constructieve) en agressieve (destructieve) humor. Zij komen tot de bevinding dat het gebruik van affiliatieve humor door de leidinggevende de positieve relatie tussen transformationeel leiderschap en de werkprestaties van ondergeschikten versterkt, terwijl het gebruik van agressieve humor deze relatie verzwakt.

Overigens is het onderscheid tussen de twee vormen van humor niet altijd eenduidig. In het artikel komt de volgende anekdote voor. De baas komt de bouwkeet binnen met Sonja en zegt “mannen, dit is Sonja, ze komt hier werken”. Zegt een van de bouwvakkers “goed idee want deze keet moet nodig eens gestofzuigd worden”. “Nee”, zegt de baas “jullie begrijpen het verkeerd. Ze gaat mee de steiger op”. “Ook goed” zegt de bouwvakker, “als ze dan daar maar niet met haar stofzuiger in de weg loopt”. We laten het aan de lezer over of hij deze humor constructief of destructief vindt. De redactie staat open voor humoristische anekdotes. Want ook in de wetenschap mag wel wat meer gelachen worden.

Nieuwe artikelen

Database »

Column

  • HRM voor HRM’ers

    Column Auteur: Sjiera de Vries Editie 2016, nr. 10 Dat de wondere wereld van werk constant in ontwikkeling is weten we inmiddels wel. Die trend is al lang gaande en kent haar eigen klassieke quotes zoals ‘veranderen is de enige constante’, ‘robots nemen het werk over’ en ‘de helft van de banen waarvoor we nu … Lees verder HRM voor HRM’ers →Lees verder »
Columns »

Boeken

Alle boekbesprekingen »